Terug naar het busje dat ons door Tsjernobyl rijdt. Langs de kant van de weg zien we verlaten huizen en boerderijen, maar ook appartementen gebouwen die er bewoond uitzien. Dit blijkt te kloppen. In Tsjernobyl werken een paar duizend mensen, die onder andere voor de beveiliging en handhaving van de orde zorgen, aannemers en werklieden die zich bezig houden met de sarcofaag en de bebouwing in het gebied, zo'n 2000 werknemers van de kerncentrale, onze gids, en vrouwen die de leiding hebben over de winkeltjes en de keukens in het dorp. We passeren een oudere vrouw die met een emmer aan haar hand over een brokkelig paadje loopt. Als we opnieuw onder een pijpleiding doorrijden komen we op een kleine parkeerplaats terecht. Naast de deur van het gebouw waarbij we stoppen hangt een groen bord, waarop we lezen dat we bij het Tsjernobyl interimforum zijn aangekomen. Hier zullen we onze gids ontmoeten en een korte briefing krijgen over de plannen voor vandaag.

 
 

Als we de auto uitstappen komt er een hoogzwangere poes de struiken uit gewaggeld. Ze kijkt ons nieuwsgierig aan en komt ons direct aan een nadere keuring onderwerpen. Even later worden we overstelpt met kopjes en gespin en is het duidelijk dat we zijn goedgekeurd. Op de veranda van het interimforum zitten meer katten. Twee poezen die beide sinds kort moeder zijn geworden, en een stel kittens die springen, klieren, rennen en dan ineens in slaap vallen. Een paar kleine langharige grijze poesjes dringen zichzelf aan hun moeder op. "Nu willen we drinken en slapen mamma, ga liggen!". Dan komt onze gids voor die dag naar buiten en vertelt dat één van de katten van hem is. Als hij een kitten optilt begint het diertje hard te spinnen. Voor ik het weet krijg ik ook een jong poesje in mijn armen gedrukt. Het is een prachtig diertje. Ik zou hem zo in mijn tas kunnen stoppen en meenemen, maar ik denk dat mijn katten thuis daar niet blij mee zullen zijn.

De gids stelt zich voor als "Dennis" en begeleid ons naar boven. Maar pas nadat we allemaal naar de wc zijn geweest. Ook op de toiletten blijkt weer dat niet alles even modern is. Na wat geklier en geknipper met het lichtknopje besluit Dennis dat het licht het vandaag niet meer gaat doen. Terwijl ik in het donker op de wc zit, betreur ik dat ik mijn telefoon in het hotel heb gelaten. Want met het licht van het display had ik misschien het wc papier kunnen vinden. Dennis geeft de indruk dat dit dagelijks gebeurt. Wat een ellende.
 
Tsjernobyl interim forum
 
 

Eenmaal boven komen we in een zaaltje dat volhangt met foto's en kaarten van het gebied. Op tafel ligt een boek over Tsjernobyl waar we allemaal even doorheen bladeren. Dennis vertelt ons dat we zo dadelijk eerst door de tweede controlepost moeten. Daarna zullen we de kerncentrale bezoeken en de meervallen voeren die in het koelwaterbassin leven. Vol enthousiasme deelt hij mede dat deze dieren wel 1,60 meter lang zijn. Hierna zullen we Pripyat bezoeken. We krijgen een waarschuwing mee voor wilde zwijnen. Als we er onverhoopt één tegenkomen moeten we vooral heel stil blijven staan. Ik vraag of de wilde zwijnen op dit moment ook jongen hebben, wat inderdaad zo blijkt te zijn. Na mijn opmerking dat deze dieren dan vrij gevaarlijk zijn kijkt Dennis me even benauwd aan. Heeft hij zelf al eens een ontmoeting met een wild zwijn gehad? Hij zegt van wel en aan z'n gezicht te zien wil hij daar liever geen herhaling van. Ik heb nog nooit een levend wild zwijn in het wild gezien, maar ken de verhalen van mijn oude leraar populatiebeheer. Deze moest altijd erg lachen om zijn ontmoetingen met wilde zwijnen. Maar voor een man die oog in oog heeft gestaan met een beer met jongen moet een wild zwijn dan ook niet echt eng overkomen.

Ik vraag Dennis of we ook het terrein met de legervoertuigen zullen bezoeken. Hij moet me teleurstellen, sinds vorig jaar mogen daar geen toeristen meer komen. Hij weet niet waarom, het is een bevel van hogerhand. Daar is weer zo'n stukje communisme. Je volgt orders op en haalt het niet in je hoofd om te vragen waarom een bepaalde maatregel wordt getroffen.



Voordat we kunnen vertrekken moet Dennis eerst zijn dosimeter ophalen. Een dosimeter is een klein apparaatje wat je op je jas kunt spelden en wat meet aan hoeveel straling je bent blootgesteld. Voor de mensen die in Tsjernobyl werken geldt dat ze niet meer dan 20 milliSievert per jaar mogen ontvangen. Dit is dezelfde norm die ook in Nederland geld voor mensen die met straling werken. Voor burgers in Nederland geldt een limiet van 1 milliSievert per jaar.
 
 


De geigerteller geeft verhoogde straling aan
 

Voor we weer in de bus stappen en onze reis vervolgen, zal ik een kleine toelichting geven over straling en Sieverts. Radioactieve straling is overal. Bepaalde gesteenten in de aarde zijn van nature radioactief en ook vanuit de atmosfeer komt straling op aarde terecht. Dit zorgt voor een bepaalde hoeveelheid achtergrondstraling, die altijd en overal aanwezig is. De normale achtergrondstraling varieert tussen de 0,15 en 0,25 microSievert per uur.

MicroSievert is de westerse meeteenheid om straling in uit te drukken. In de Oekraine rekent men nog steeds met de verouderde eenheid "röntgen", maar daar ga ik hier verder niet op in.

Nu even een rekensommetje waarbij we uitgaan van een gemiddelde achtergrondstraling van 0,2 microSievert per uur. Een dag heeft 24 uur, 24 keer 0,2 is 4,8. Een mens ontvangt dus per dag zo'n 4,8 microSievert. 4,8 keer 365 is 1752 microSievert per jaar. 1000 microSievert is 1 milliSievert, dus in een normale situatie wordt een gemiddeld mens per jaar blootgesteld aan 1,75 milliSievert.

 
 

Bbuiten deze natuurlijke straling om worden we ook blootgesteld aan straling die niet natuurlijk is ontstaan. Straling door bijvoorbeeld röntgenfoto's, kernenergie voorziening, radioactief afval, straling in gebruiksartikelen zoals bijvoorbeeld lichtgevende horloges enzovoort. Voor deze extra stralingsbelasting is ter bescherming van mens, dier en natuur een norm vastgesteld. Die bedraagt 1 milliSievert per jaar voor burgers, en 20 milliSievert per jaar voor mensen die vanwege hun werk met meer straling in aanraking komen.

Om het zekere voor het onzekere te nemen is deze norm erg laag gesteld en wordt 20 milliSievert per jaar veilig geacht. Dus hoewel ik eigenlijk niet boven de 1 milliSievert per jaar aan niet-natuurlijke straling uit mag komen, denk ik dat ik nog wel veilig ben als ik maar niet boven de 20 milliSievert per jaar uit kom.

Een dosimeter meet aan hoeveel straling je in een bepaalde tijd bent blootgesteld. Aan het eind van het jaar mag je dosimeter dus niet meer dan 21,75 miliSievert aangeven. Een geigerteller meet de hoeveelheid straling op een bepaalde plek. In Nederland geeft een geigerteller dus ongeveer 0,2 microSievert per uur aan.