De volgende morgen gaat om kwart voor acht de wekker. We kleden ons aan en dalen af naar het restaurant, waar we een heerlijk ontbijt krijgen. Gebakken eieren met worst, brood, yoghurt, sap en thee of koffie. We kunnen alle vier met een volle maag op pad. Iets voor negenen worden we bij het hotel opgehaald door de chauffeur die ons naar Tsjernobyl zal brengen. Weer worden we rondgereden met een luxe busje. Mijn tas is volgepropt met water, sigaretten, videocamera en geigerteller, maar ik zou mezelf niet zijn als ik niets zou vergeten. Na een uur in het busje bedenk ik me dat ik het statief voor mijn camera in het hotel heb laten liggen. Maar dan is het al te laat. Ik zal moeten proberen zo min mogelijk te bibberen.

Het is een bijzondere rit. Zodra we Kiev uit wegrijden komen we in een andere wereld terecht. De Oekraine lijkt wel wat op Nederland. Een heuvelige weg door de bossen doet met denken aan de weg tussen Amerongen (waar ik ben opgegroeid) en Overberg, op de Utrechtse Heuvelrug. Maar als je tussen de bomen het bos in tuurt, zie je af en toe een eenzame grafsteen voorbijkomen. Ik vraag me af of ze hier soms niet aan kerkhoven doen. Zo nu en dan komen we door een klein dorpje. De huizen hier zijn klein en verouderd, maar gezellig. De meeste hebben een dak gemaakt van golfplaten. De tuinen zijn groot en het uitzicht is weids. Op sommige weiden staan koeien en omdat omheining ontbreekt worden deze door boer en hond bij elkaar gehouden. De wegen zijn slecht. Dan ligt er ineens een halve boom op de weg. Aan de wielsporen door het gras kun je zien dat die er ook al even ligt. De chaufeur gaat het gras in, volgt de sporen en komt aan de andere kant van de boom weer op de weg uit. Hij kijkt er niet raar van op.
 
 

Bij de eerste controlepost
 

Dan, na bijna twee uur rijden, komen we bij de eerste controlepost van de 'exclusionzone', het verboden gebied rond de Tsjernobyl kerncentrale. De chauffeur stopt en we moeten uitstappen om onze paspoorten te laten zien. Er lopen twee mannen rond in een legeruniform, en ze onderwerpen de documenten aan een grondige inspectie. Ik vraag of ik hier mag filmen en dat wordt me met een brede glimlach toegezegd. Bij de controlepost is de weg afgesloten door een slagboom. De borden met 'danger' en 'stop' geven duidelijk aan de dat de bewoonde wereld hier ophoudt. Maar niet voor ons, want als we weer in het busje stappen gaat de slagboom open en mogen we verder rijden.

De wegen waar we onderweg overheen zijn gekomen waren slecht, maar de wegen in de exclusionzone zijn zo mogelijk nog slechter. We ontwijken het ene gat na het andere en het wegdek heeft wel wat weg van een patchwork deken. Na een paar minuten zien we ineens twee leidingen langs de weg lopen, die op het punt waar ze de weg kruisen ineens de hoogte in gaan. Zo vormen ze een soort poort waar we doorheen rijden. En terwijl we deze leidingen achter ons laten rijden we het dorp Tsjernobyl in.
 
 

Een beetje topografie en geschiedenis voordat we verder gaan, om verwarring te voorkomen. De provincie waar we ons nu in bevinden heet Tsjernobyl. Vernoemd naar het plantje wat wij kennen als 'alsem', wat overal in dit gebied groeit. In de provincie ligt het dorp Tsjernobyl, een oud dorp met een rijke maar treurige geschiedenis. Het dorp werd in het verleden bewoond door Russen, Polen en Joden. Hierdoor was het dorp een smeltkroes van verschillende religies, men was katholiek, Russisch orthodox en in de Joodse gemeenschap kwamen zowel orthodoxe Joden voor als aanhangers van het Judisme.

In de periode tussen 1929 en 1933 had het dorp te lijden onder de collectivisatie van Stalin; een opgelegde samenvoeging van boerderijen in een regio, waardoor grote staatsboerderijen ontstonden. Veel boeren waren hierop tegen en weigerden mee te werken. Iedereen die tegenstand bood werd gedood. Ook volgden door de collectivisatie grote hongersnoden, waarbij vele inwoners van de Sovjet Unie omkwamen.
 
 

Nadat Polen in 1921 officieel een onafhankelijk land werd waren er grote delen in de Sowjet Unie die nog door Polen bewoond werden. Deze gebieden lagen op het grensgebied tussen Polen en de Sovjet Unie. De Polen kregen deze gebieden officieel toegewezen. Tijdens de collectivisatie verzetten de Polen zich, en aanvankelijk werden hier geen maatregelen tegen genomen. Maar in 1936 kwamen meer dan 50.000 Polen om tijdens etnische zuiveringen in het grensgebied.

Toen brak de tweede wereldoorlog uit en werd het gebied rond Tsjernobyl bezet door de nazi's. De joden uit het dorp werden vermoord of gedeporteerd naar werk of vernietigingskampen. In 1944 kon de balans opgemaakt worden, een treurige balans. De ooit zo bloeiende Joodse gemeenschap in het dorp was verdwenen.

De collectivisatie, de zuivering van het grensgebied en de tweede wereldoorlog waren zwaar voor Tsjernobyl. Het dorp dat voor een groot deel bestond uit Polen en Joden was veel van haar inwoners verloren. Toen in de jaren '60 de bouw van de Tsjernobyl kerncentrale begon leek er eindelijk weer hoop te zijn voor het dorp. De centrale bracht nieuwe bewoners voor het gebied met zich mee en zou de economie in het gebied goed doen. Maar toen de kerncentrale in 1986 de veroorzaker werd van 's werelds grootste nucleaire ramp, bleek dat het geluk voor Tsjernobyl maar van korte tijd was geweest.
 




De leidingen kruisen een weg

Zo'n 15 kilometer ten noorden van het dorp Tsjernobyl, nog steeds in de provincie Tsjernobyl, ligt de stad Pripyat. In tegenstelling tot de rijke historie van het dorp Tsjernobyl is Pripyat een stad die maar één tegenslag heeft gehad. Een tegenslag waar ze nooit meer van zal herstellen. In 1970 werd begonnen met de bouw van deze typische communistische stad, die was bedoeld om de medewerkers van de kerncentrale met hun gezinnen te huisvesten. In de hoogtijdagen woonden hier 50.000 mensen. Deze stad ligt dichter bij de kerncentrale dan Tsjernobyl, en heeft meer te lijden gehad van het ongeluk.

Zo'n 40 kilometer ten westen van Tsjernobyl ligt de stad Poliske, waar ooit 12.000 mensen woonden. Deze stad is ongeveer even oud als Tsjernobyl en heeft, net als dit dorp, enorm te leiden gehad onder de hogersnoden en de tweede wereldoorlog. Maar ook voor Poliske was het ongeluk met de kerncentrale uiteindelijk de genadeklap. Hoewel de straling in Poliske na 21 jaar gedaald is tot een bijna normaal niveau, woont er slechts een handje vol mensen.